België moet bijkomende eisen Macron aangrijpen om sociale dumping écht aan te pakken

Woensdag 14 juni 2017 —  

Op de vergadering van de Europese ministers van Sociale Zaken en Werk zou morgen een beslissing worden genomen over de herziening van de detacheringsrichtlijn. Het ziet er naar uit dat de beslissing opnieuw uitgesteld wordt omdat lidstaten het zelfs over een zwakke compromistekst niet eens raken. Inmiddels heeft de regering Macron, daarin gesteund door Angela Merkel, nieuwe eisen op tafel gelegd in de strijd tegen sociale dumping. De Belgische regering moet die eisen welwillend bestuderen en moet ze, wat sp.a betreft, verder scherp stellen. Er moet eindelijk komaf worden gemaakt met de schande van sociale dumping.

 

De voorstellen van Europees Commissaris Thyssen van 8 maart 2016 tot aanpassing van de detacheringsrichtlijn, stuitten meteen op het verzet van 11 lidstaten die een zogenaamde gele kaart trokken. Vooral Oost-Europese lidstaten vrezen dat een strengere detacheringsrichtlijn nadelig zou zijn voor bedrijven (of tewerkstelling?), terwijl West-Europese lidstaten strengere voorwaarden willen om hun werknemers te beschermen tegen sociale dumping. Het huidige Maltese voorzitterschap is er echter niet in geslaagd alle partijen te verenigen rond het zwakke compromisvoorstel, waardoor het hele dossier doorgeschoven dreigt te worden naar de volgende voorzitter van de Europese Unie, Estland. Op die manier blijft het dossier van sociale dumping aanslepen, ten koste van werknemers in vooral de transport- en de bouwsector.

 

Sinds het aantreden van de nieuwe Franse president Macron zijn de posities in Europa nog verscherpt. Macron legde immers vorige week een reeks nieuwe eisen op tafel en werd daarin meteen gesteund door de Duitse Bondskanselier Angela Merkel. Die voorstellen zijn alvast heel wat ambitieuzer dan het zwakke compromisvoorstel van Malta of de herzieningen van Europees Commissaris Thyssen. Wij roepen de Belgische ministers dan ook op de voorstellen op het Europese niveau te steunen en zelfs nog verder te gaan. Voor een klein land als België, dat na Duitsland en Frankrijk de derde plaats inneemt qua aantal ontvangen gedetacheerde werknemers (meer dan 150.000 per jaar met sterke concentratie in de bouwsector waar meer dan een kwart van de werknemers gedetacheerde werknemers zijn) zou onze regering daar bijzonder gevoelig voor moeten zijn.

 

Zo vraagt de regering Macron om de maximale periode van detachering te beperken tot 12 maanden in plaats van de 24 maanden in de compromistekst. Dat is een belangrijke stap in de goede richting, hoewel wij een beperking tot zes maanden willen. Zes maanden is overigens ook het standpunt van de Europese fractie van sociaal-democraten (S&D).

 

Volgens de regering Macron moet er voorafgaand aan de detachering ook door het uitzendland een attest (A1) afgeleverd worden dat bevestigt dat de werknemer in zijn land aangesloten is bij een sociale zekerheidsstelsel. Vandaag kan zo’n attest ook afgeleverd worden als de detachering al aan de gang is. Dat voorstel gaat voor ons niet ver genoeg. Ontvangstlanden moeten de rechtsgeldigheid van zo’n attest kunnen controleren om misbruiken te voorkomen. Ook moeten de sociale zekerheidsbijdragen betaald worden in het werkland en doorgestort worden naar de uitzend-lidstaat/land.

 

Een herziening van de richtlijn moet garanderen dat vergoedingen voor huisvesting en verplaatsing géén deel van het loon zijn en evenmin van het loon afgetrokken mogen worden. Dat voorstel moet ten volle ondersteund worden. Het zou echter beter zijn dat tijdens de periode van detachering de lonen en vergoedingen verplicht uitbetaald worden door een erkend sociaal secretariaat van het werkland. Dan hebben de inspectiediensten één aanspreekpunt en is controle op de lonen en vergoedingen transparanter.

 

Tot slot eist de regering Macron de oprichting van een Europees coördinatieplatform van de inspectiediensten onder aansturing van de Europese Commissie. Zowel sp.a als de Europese sociaal-democraten (S&D) pleiten echter voor een echte Europese Arbeidsinspectie. Vandaag voorziet de richtlijn immers al in een coöperatieve samenwerking tussen de inspectiediensten van de lidstaten, maar die blijkt niet te werken. Samenwerking is afhankelijk van de wil van de uitzend-lidstaten/landen om de inspectiediensten van de werklanden op hun grondgebied toe te laten. Om die reden is het noodzakelijk een Europese Arbeidsinspectie te hebben die overal in de EU controles kan uitvoeren.

 

Indien we de komende tijd niet tot een consensus kunnen komen om de schande van sociale dumping uit de EU te bannen, wil sp.a dat er een noodrem komt in de vorm van een tijdelijke beperking van het vrij verkeer van werknemers en diensten tot de eurozone.