Dramatische waterkwaliteit toont failliet Vlaams mestbeleid

Dinsdag 18 oktober 2016 — De waterkwaliteit in het Vlaamse landbouwgebied verbetert niet, integendeel. Dat blijkt uit het gloednieuwe jaarrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). ‘Er is maar één conclusie te trekken’, zegt Vlaams parlementslid Bruno Tobback (sp.a). ‘Het mestbeleid van minister Schauvliege faalt over de hele lijn. Het zijn u, ik en onze kinderen die daarvoor opdraaien.’

De jaarlijkse VMM-rapportering over de waterkwaliteit in het Vlaamse landbouwgebied toont aan dat de waterkwaliteit in landbouwgebieden -en dus ook in de daar gelegen waterwinnings- en natuurgebieden- bijzonder alarmerend is:

- voor het derde jaar op rij wordt geen vooruitgang geboekt voor wat nitraatnorm-overschrijdingen betreft

- VMM beschrijft over de laatste 5 jaar zelfs een negatieve evolutie in fosfaatoverschrijdingen, nadat de resultaten van vorige rapporteringen ook al negatief waren

De milieu-administratie concludeert ondubbelzinnig dat de doelen die Vlaanderen zichzelf gesteld heeft ter implementatie van Europese nitraatrichtlijn ‘niet meer haalbaar lijken'.

“De toon van het jaarlijkse rapport is nooit eerder zo helder en ondubbelzinnig geweest en laat eigenlijk maar één conclusie open, namelijk dat het huidige mestbeleid over de hele lijn faalt”, zegt Bruno Tobback.

“Het structurele probleem dat de veestapel in Vlaanderen meer mest produceert dan we hier kwijt geraken blijft onveranderd en de tot nog toe genomen maatregelen voldoen overduidelijk niet om aan deze situatie iets te veranderen. Het resultaat is blijvende watervervuiling, met alle nefaste gevolgen van dien voor de natuur in Vlaanderen en de drinkwatervoorziening van het buitengebied.”   

“De Vlaamse Regering moet hier hoogdringend mee aan het werk. Eigenlijk heeft ze maar één optie: terug naar de tekentafel met het hele mestbeleid.  Blijven investeren in ‘flankerende maatregelen’ zoals spreiding, verwerking en waterzuivering werken onvoldoende. Sowieso schuiven zij de last vaak door van veehouderij naar akkerlandbouw, maar meer nog naar de gemeenschap en de belastingbetaler die opdraait voor de zuiveringskosten en de blijvende vervuiling.”

Ook in het milieubeleid is er nood aan moed om structurele maatregelen te nemen.  Het beleid moet ervoor instaan dat de lasten, kosten en vervuiling die veroorzaakt worden door deze industriële sector niet langer worden doorgeschoven naar de toekomst en naar de belastingbetaler.  Alle scenario’s –met inbegrip van een afbouw van de veestapel- moeten daarbij op tafel komen.