Freya Van den Bossche: 'Enkelband voor jongeren lost niets op'

Donderdag 29 september 2016 — Vlaams parlementslid Freya Van den Bossche reageert met ontzetting op het voorstel van N-VA om jongeren vanaf 14 jaar te straffen met een enkelband. ‘Dat lost niets op: niet voor de jongere die iets misdaan heeft, niet voor de eventuele slachtoffers en niet voor de samenleving’, zegt ze. ‘De aanpak van jeugddelinquentie moet erop gericht zijn dat die jongeren hun leven weer in juiste banen krijgen. Ik zie niet in hoe een enkelband daartoe bijdraagt.’

Natuurlijk moet het duidelijk zijn voor jongeren die fouten begaan dat hun gedrag niet door de beugel kan. En natuurlijk moet er krachtdadig opgetreden worden tegen elke vorm van delinquentie. Met gepaste sancties, maar ook met een herstelgerichte aanpak, waarbij de jongere ook tot een beter inzicht komt in het leed dat hij of zij het eventuele slachtoffer van het als misdrijf omschreven feit heeft berokkend. Straffen om te straffen, zonder een traject op te zetten dat de jongere weer op het rechte pad brengt, is gevaarlijke en misplaatste stoerdoenerij waar niemand beter van wordt: de jongere zelf niet, net zomin als slachtoffer en maatschappij.

Het doel moet zijn: hoe kunnen we ervoor zorgen dat een jongere die fouten maakt, niet opnieuw zulke fouten maakt? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de jongere zijn leven weer in juiste banen brengt? Dat vraagt, inderdaad, voldoende begeleiding en ondersteuning. Dat vraagt ook inzicht in de omstandigheden waarin de jongere fouten beging, en acties om die omstandigheden te verbeteren. Dat vraagt dat we die jongere perspectief bieden. Dat is gezond verstand. Als de N-VA beweert dat de hervorming van het jeugdsanctierecht moet uitgaan van wetenschappelijke inzichten, hadden ze misschien beter eerst de moeite gedaan om de studies die erover bestaan, ook effectief te consulteren. De werkgroep jeugdsanctierecht heeft bijvoorbeeld al erg veel en goed werk verricht hierover in het kader van de hervorming van het jeugdsanctierecht.

Het jeugdsanctierecht van de toekomst moet uitgaan van het principe dat de maatschappelijke reactie op een jeugddelict constructief moet zijn. Ze moet de verantwoordelijkheid van de jongere zelf ernstig nemen en de maatschappelijke norm bevestigen en ze moet bijdragen aan het herstel van het leed en schade van het slachtoffer en van de kwaliteit van het maatschappelijk leven, maar tegelijk een duidelijke bijdrage leveren aan de rehabilitatie van de dader. Dat wil zeggen dat er veel meer dan nu het geval is moet ingezet worden op herstelrechterlijke middelen (zoals bemiddelend en herstelgericht groepsoverleg, en gemeenschapsdienst als vormen van symbolisch herstel, mits deel uitmakend van een begeleidings- en ondersteuningstraject), en op intensieve ambulante begeleiding en hulpverlening.

Published with Prezly