Freya Van den Bossche: ‘Jordy is helaas niet de eerste. Waar blijft het hulpaanbod?’

Vrijdag 2 september 2016 — Vlaams parlementslid Freya Van den Bossche vraagt om de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement vervroegd samen te roepen om minister Vandeurzen te ondervragen over het uitblijven van gepaste hulp voor kwetsbare jongeren. ‘In Gent is een jongen van 19 overleden in zijn tentje aan de Blaarmeersen’, zegt Van den Bossche. ‘Sinds hij 18 was kreeg hij geen begeleiding meer. Hij is helaas niet de eerste. Hoe lang moeten we nog wachten op een gepast hulpaanbod?’

Jordy heeft zowat zijn hele leven gesleten in de jeugdhulp. Toen hij achttien werd, wilde hij op eigen benen staan. Begeleiding kreeg hij sindsdien niet. Hij heeft de laatste zomerdagen niet overleefd. “Niet elk drama is perfect vermijdbaar”, zegt Van den Bossche. “Niet altijd heeft iemand ergens schuld aan. Dat is de tragiek van de menselijke kwetsbaarheid.”

Wel is duidelijk dat Jordy de begeleiding en ondersteuning die hij nodig had, niet kreeg. Hij is niet de enige, integendeel. Door dat gebrek aan begeleiding en ondersteuning komen veel te veel van onze jongeren die een verleden in de jeugdhulp hebben nadien alleen te staan. Het is geen toeval dat zoveel van de jongeren in de jeugdhulp het ook later moeilijk blijven hebben om een stabiel leven uit te bouwen. Het is geen toeval dat zoveel van de daklozen en thuislozen in Vlaanderen een geschiedenis in de jeugdhulpverlening hebben.

Meer dan acht jaar geleden, in het voorjaar van 2008, presenteerde de voorganger van Jo Vandeurzen als minister van Welzijn, Veerle Heeren, het rapport "Perspectief!" over de jeugdzorg. Daarin schreef ze: "De aansluiting tussen de hulpverlening aan adolescenten en jongvolwassenen loopt op vele punten mank. Voor deze jongeren ontbreekt het vaak aan hulpaanbod dat hun vrijheids- en zelfstandigheidsdrang respecteert en dat tegelijkertijd volhardend genoeg kan zijn om de begeleiding aan te houden."

Door dat ontbreken van een gepast hulpaanbod haken de meest kwetsbare jongeren af in een cruciale levensfase. Dat werd die zomer van 2008 pijnlijk geïllustreerd door het overlijden van Miranda, waarna het weekblad Knack opende met de covertitel: "Hoeveel moeten er nog sterven voor er iets verandert?" We zijn nu acht jaar later. Miranda heet vandaag Jordy.

Bij hun tussenkomst in de commissie Welzijn in juni 2015, op hoorzittingen door sp.a afgedwongen, vroegen ook de jongeren van Cachet vzw extra aandacht voor de moeilijke transitie tussen adolescentie in de jeugdhulpverlening en jongvolwassenheid. Om plaats te maken voor nieuwe jongeren, zo getuigden zij, worden soms jongens en meisjes van zestien, zeventien jaar richting de uitgang geduwd: tijd om op eigen benen te staan. Van een flexibele overgang is geen sprake. De weinige projecten die er zijn om begeleiding te voorzien, zijn overbevraagd. De gevolgen laten zich raden.

“We weten wat de knelpunten zijn”, zegt Van den Bossche. “Vanuit het veld -zowel van de kant van de jongeren zelf als van hulpverleners- zijn verschillende ideeën naar boven gekomen om die overgang te vergemakkelijken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de flexibele overgang, waarbij een jongere wel een eigen studio krijgt en daar ook begeleiding krijgt, maar tegelijk nog enige tijd terecht blijft kunnen in de voorziening waar hij woonde voor wanneer het niet lukt, of wanneer hij er nood aan heeft. Ik denk bijvoorbeeld aan een inloophuis, waar jongeren terecht kunnen voor een babbel, hun was, ondersteuning bij bepaalde taken. Ik denk, daarnaast, aan een forse uitbreiding van het aantal jongeren dat begeleiding blijft krijgen nadat ze uit de jeugdhulpverlening uitstromen en richting zelfstandig wonen gaan. Dat vraagt, inderdaad, middelen. Maar dat is een prijs die we moeten bereid zijn te betalen.”

Freya Van den Bossche (sp.a) vraagt de commissie Welzijn vervroegd samen te roepen om de minister te interpelleren over het uitblijven van gepaste hulp voor deze jongeren.

Published with Prezly