Hervorming De Lijn: goede elementen, maar mobiliteit op platteland in gedrang

Zaterdag 19 december 2015 — ‘Ik ben  blij dat de Vlaamse regering ervoor kiest om het vervoernet van De Lijn een duidelijkere structuur te geven, met een sterke focus op de verbindingen in en tussen de steden en grotere gemeenten’, zegt Vlaams fractieleider Joris Vandenbroucke. ‘Dat kan leiden tot een beter aanbod op die lijnen. Tegelijk roep ik de regering op om erover te waken dat mensen op het platteland de zekerheid hebben dat ze zich ook nog zonder auto  kunnen verplaatsen. Bussen in dunbevolkt gebied langs lange, kronkelende routes met talrijke haltes laten rijden, is inderdaad weinig zinvol, maar dat betekent nog niet dat je de mensen op het platteland in de steek moet laten. Ik pleit er daarom voor om ervoor te zorgen dat er één abonnement blijft bestaan waarmee mensen zich in heel Vlaanderen kunnen verplaatsen.’

Joris Vandenbroucke ziet positieve elementen in de conceptnota ‘Basisbereikbaarheid’ die de Vlaamse regering gisteren goedkeurde. “In het voorstel dat ik in april neerlegde in het Vlaams parlement, pleitte sp.a ervoor om het bestaande spaghettinetwerk van De Lijn te vervangen door een gelaagd vervoersnetwerk met een kernnet in en tussen de steden, een tussennet daarbuiten en een flexnet in landelijk gebied, waar er enkel gereden wordt in functie van de vraag. Ook een betere koppeling van mobiliteit met onze ruimtelijke ordening is voor sp.a essentieel”, zegt Vandenbroucke. “Deze principes duiken ook op in de visie van de regering die een kernnet, een aanvullend net en ‘vervoer op maat’ in landelijk gebied introduceert. Het is ook goed dat men werk wil maken van betere overstapmogelijkheden tussen trein, tram, bus, deelauto’s, fiets en andere vervoersmodi.”

 Vandenbroucke maakt zich wel grote zorgen over de plannen van de regering in landelijk gebied. Daar moet De Lijn zich volledig terugtrekken. Sp.a betreurt dit. Joris Vandenbroucke: “Met ingewikkelde overlegstructuren en een amalgaam van collectieve taxi’s, buurtauto’s, aangepast vervoer en dergelijke, vrees ik voor blinde vlekken in het netwerk en een te versnipperd aanbod. Vergeet niet dat één op zes gezinnen in Vlaanderen geen eigen wagen heeft. En twee op drie Vlamingen wonen in landelijk gebied. Ook zij hebben recht op een toegankelijk aanbod. De Vlaamse regering mag die taak niet zomaar overlaten aan anderen.”

De vraag is ook hoe betaalbaar het aanbod in landelijk gebied nog zal zijn. “Zullen mensen in landelijke gebieden andere en hogere tarieven moeten betalen voor dat ‘vervoer op maat’ dan voor een rit op de bussen en trams van De Lijn die enkel nog in en tussen de steden zullen rijden? De Vlaamse regering is hier niet duidelijk over.  Sp.a pleit voor het behoud van één abonnement, aan een betaalbare prijs, dat overal in Vlaanderen geldig is.” 

Door een duidelijke keuze voor De Lijn als operator van het kernnet en het aanvullend net, slaat de Vlaamse regering niet de weg in naar de volledige liberalisering van het openbaar vervoer. “Dit is een terechte blijk van vertrouwen in De Lijn als vervoersmaatschappij”, zegt Vandenbroucke, “het is een keuze die ik toejuich.” Opvallend is wel de zeer sterke focus op de kostendekkingsgraad. “De middelen moeten uiteraard efficiënt ingezet worden, maar dat mag geen hellend vlak zijn naar een stelselmatige afbouw van de dienstverlening. De sociale opdracht van het openbaar vervoer mag niet in het gedrang komen.”

Vandenbroucke doet een oproep aan de Vlaamse regering om samen met de uitrol van het vernieuwde netwerk versneld werk te maken van stevige investeringen in het kernnet, de toekomstige ruggengraat van het openbaar vervoer. “Om wat op papier goed klinkt ook waar te maken, zijn meer investeringen nodig. De geplande, nieuwe tramprojecten en –verlengingen in onze steden mogen geen jaren meer op zich laten wachten. Daarnaast is doorstroming een topprioriteit. De bussen en trams van het kernnet mogen zich niet vastrijden in de file. Snelheid en stiptheid zijn cruciaal om mensen te overtuigen om de auto te laten staan. De Vlamingen betalen sinds februari fors meer voor bus en tram, het is tijd dat de Vlaamse regering daar een betere kwaliteit van het aanbod tegenover zet”, besluit Joris Vandenbroucke.