‘Minister Gatz duwt culturele vernieuwing de kop in’

Maandag 18 januari 2016 — Vlaams parlementslid (sp.a) Yamila Idrissi stelt zich grote vragen bij het lage aantal aanvragen voor projectsubsidies dat minister Gatz goedkeurt, maar vooral bij de selectiemethode van de minister. ‘Jonge kunstenaars moeten nu ook al een professioneel en uitmuntend zakelijk dossier voorleggen’, stelt Idrissi vast. ‘Dat druist regelrecht in tegen de bedoeling van deze projectsubsidies: kunstenaars en organisaties de kans geven zich te ontwikkelen.’

Minister Sven Gatz heeft de subsidies voor projecten en beurzen bekend gemaakt, de eerste ronde van drie binnen het nieuwe Kunstendecreet. Er werden 348 aanvragen ingediend, slechts 74 krijgen steun van de Vlaamse overheid.

Het doel van de projectsubsidies is om de noodzakelijke en permanente vernieuwing van de kunsten mogelijk te maken, door jonge kunstenaars, beginnende artiesten, nieuwkomers en  nieuwe organisaties te ondersteunen. Deze groep wordt in de beleidsbrief van minister Gatz stevig in de spotlight gezet. Hij wil immers “loopbanen van kunstenaars verduurzamen en hen optimale kansen bieden tot verdere ontwikkeling, ontplooiing, professionalisering en (internationale) mobiliteit.“ Het versterken van “de sociaaleconomische positie van kunstenaars en de positie van kunstenaars in het algemeen” is voor de minister “een belangrijke prioriteit.” Deze groep jonge kunstenaars blijft nu echter opnieuw op haar honger zitten.

Vroeger was het voldoende om een subsidie te krijgen met een advies “zeer goed” op artistiek vlak en “voldoende” op zakelijk vlak. Vandaag moet je in beide categorieën “zeer goed” scoren.

Yamila Idrissi: “Je moet zakelijk dus al zeer beslagen uit de hoek komen, terwijl projectsubsidies juist bedoeld zijn om jong talent kansen te geven en te laten groeien. Als de minister het meent met het versterken van de sociaaleconomische positie van kunstenaars dan zou hij de nadruk moeten leggen op artistieke kwaliteit, en de kunstenaars de kans geven om te groeien in hun zakelijke vaardigheden. De lat wordt zakelijk nu wel heel hoog gelegd.” Dit toont nogmaals de diepe kloof tussen de woorden van de minister en zijn daden. Een kloof die  die bij elke beslissing dieper en dieper wordt.

Dezelfde kloof vinden we terug op het gebied van diversiteit. Het belang van diversiteit in cultuur is een speerpunt in de beleidsbrief van de minister. Maar dit kunnen we niet terugvinden in de finale lijst met gesubsidieerde artiesten en projecten.

Niet alleen ligt de lat op het zakelijk vlak te hoog, ze ligt ook niet voor iedereen gelijk bij de beoordeling. De podiumkunsten maken enkel kans op ondersteuning bij een dubbele beoordeling “zeer goed”.  Voor  architectuur en vormgeving, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en transdisciplinair is “zeer goed” op artistiek vlak en “goed” op zakelijk vlak al voldoende.  De podiumkunsten komen hier wel heel bekaaid van af.

Vandaag bevat de projectenpot 5,9 miljoen euro voor de drie toekenningsrondes. Voor de eerste ronde werd er 15,4 miljoen euro aangevraagd en is er 2,4 miljoen euro beschikbaar. Dit doet grote vragen rijzen over een minister die er maar niet in slaagt zijn projectenpot zelfs maar minimaal te doen stijgen. “Deze pot uithollen in plaats van aanvullen, betekent zoveel als de artistieke innovatie van Vlaanderen uitdoven”, zegt Idrissi.

Ze roept de minister op om zijn woorden in daden om te zetten en te vechten voor zijn sector: “In plaats van te zorgen voor een vruchtbare humus voor het kunstenlandschap, zullen deze beslissingen ervoor zorgen dat het landschap verschraalt en dat vernieuwing de kop in wordt gedrukt”. 

Contacteer ons

Yamila Idrissi

Published with Prezly