Modernisering secundair onderwijs van Crevits versterkt hiërarchie in onderwijs nog

Dinsdag 5 december 2017 — “Met deze striemend kritische adviezen kan de minister niet anders dan, in het extra jaar dat ze zichzelf kocht, terug aan de tekentafel gaan zitten met de onderwijspartners en de plannen fundamenteel  bijsturen. Pas dan kan de hervorming doen waarvoor ze bedoeld was: de studiekeuze verlaten, de transparantie verhogen en de hiërarchische schotten slopen", zegt Caroline Gennez.  

Het Transbaso-onderzoek waarover vandaag bericht wordt, toont duidelijk aan dat bij de studiekeuze de maatschappelijke reputatie een veel groter belang heeft dan de interesse of de talenten van de leerling zelf. Net daarom was het noodzakelijk om in het kader van de hervorming van het secundair onderwijs de hiërarchie tussen ASO-TSO-BSO-KSO af te bouwen en de tussenschotten te slopen. De modernisering die Hilde Crevits vrijdag heeft voorgelegd aan de Vlaamse regering, doet de hiërarchie echter net toenemen, zo stellen de onderwijskoepels in een zeer kritisch advies aan de Vlaamse regering. “Dit advies en de onderzoeksresultaten van het Transbaso-project, die vandaag worden voorgesteld, dwingen de Vlaamse regering om opnieuw rond de tafel te gaan zitten met het veld om te ervoor te zorgen dat de modernisering van het secundair doet wat de hervorming origineel beoogde: leerlingen laten kiezen op basis van hun eigen talenten in plaats van maatschappelijke status van opleidingen,” aldus Caroline Gennez, onderwijsexperte van sp.a. 

De nota’s van de onderhandelingen tussen de Vlaamse regering en het onderwijsveld, die er toe leidden dat minister Crevits de invoering van de modernisering met een jaar uitstelde, bulken van de scherpe kritiek op de plannen van de Vlaamse regering. Zo stelt het GO! dat men er “sterk aan twijfelt dat de modernisering zoals ze werd vertaald in het decreet de instrumenten aanreikt om de oorspronkelijke doelstelling ook effectief op het terrein te realiseren”. De hiërarchie die nu reeds bestaat (en een zware impact heeft) wordt zelfs doorgetrokken naar de eerste graad van het secundair onderwijs, aldus het KOV: “in de eerste graad zijn de basisopties hiërarchisch opgevat en kan de toegang tot één of meerdere basisopties worden uitgesloten”. Het meest duidelijk blijkt die hiërarchie uit de opdeling van de STEM-optie in een “toepassingsgericht”, lees TSO-BSO-, en een “meer conceptueel”, lees ASO-aanbod. Het GO! beaamt deze vaststelling en wijst er ook op dat het invoeren van een opstroomoptie in de B-stroom “de hiërarchisering binnenbrengt in het in het principe geëgaliseerde veld van basisopties”. Dat een B-attest bovendien een leerling niet alleen kan uitsluiten voor bepaalde domeinen of finaliteiten maar ook bepaalde onderwijsvormen (dus voor het gehele ASO), versterkt het statuslabel van het ASO nog.

Naast de toenemende hiërarchisering, kaarten de onderwijsverstrekkers ook aan dat de transparantie absoluut niet toeneemt, de eerste graad zijn oriënterend karakter dreigt te verliezen - waardoor de studiekeuze net vervroegd i.p.v. verlaat wordt - en dat het invoeren van bijkomende attesten de planlast nog zal verhogen. Al deze elementen gaan lijnrecht in tegen de oorspronkelijke doelstellingen van de hervorming van het secundair onderwijs. “Met deze striemend kritische adviezen kan de minister niet anders dan, in het extra jaar dat ze zichzelf kocht, terug aan de tekentafel gaan zitten met de onderwijspartners en de plannen fundamenteel  bijsturen. Pas dan kan de hervorming doen waarvoor ze bedoeld was: de studiekeuze verlaten, de transparantie verhogen en de hiërarchische schotten slopen. Het gaat tenslotte om de toekomst van onze kinderen. Onderwijsbeleid verdient beter dan een puur politiek beleid,” besluit Caroline Gennez. 

De documenten zijn terug te vinden op: 

https://www.vlaanderen.be/nl/nbwa-news-message-document/document/090135578020d5a8