Onderwijsbesparingen druisen regelrecht in tegen aanbevelingen OESO

Donderdag 11 februari 2016 — De besparingen van de Vlaamse regering in het secundair onderwijs zullen leiden tot slechtere schoolprestaties van onze jongeren. Dat blijkt eens te meer uit de aanbevelingen die de OESO publiceert, zegt sp.a-onderwijsspecialist Caroline Gennez. ‘Een goede mix van sterke en kansarme leerlingen is voor iedereen beter, maar net op dat punt draait de Vlaamse regering de klok terug. Het regeerakkoord wil net besparen op de ondersteuning van scholen die meer kansarme kinderen tellen.’

De OESO publiceerde gisteren een lijvig rapport met cijfers en aanbevelingen om het ondermaats presteren van sommige leerlingen aan te pakken. België is over het algemeen een  degelijke middenmoter in het OESO-peloton. “Maar toch mogen we niet blind zijn voor de uitdagingen die het rapport naar voor schuift”, zegt Caroline Gennez. “Vandaag vergroot het beleid van de Vlaamse regering de problemen in plaats van de uitdagingen aan te pakken. Om alle kinderen een eerlijke kans op een diploma en dus een goede job te geven, is het cruciaal dat de besparingen in het onderwijs worden teruggedraaid.”

Het OESO-rapport schuift een reeks van aanbevelingen naar voor. Wie deze aanbevelingen toetst aan de plannen van de Vlaamse regering, komt tot enkele verontrustende vaststellingen. Zo stelt de OESO dat het streven naar een gezonde sociale mix op school essentieel is in het bestrijden van ondermaats presteren van bepaalde groepen. De stijgende segregatie in ons onderwijs gedurende de voorbije decennia werd pas enigszins een halt toegeroepen dankzij het inschrijvingsdecreet uit 2012, dat in elke school plaats reserveert voor zowel kansarme als kansrijke leerlingen. Net dit decreet dreigt deze regering, onder het mom van administratieve vereenvoudiging, naar de prullenmand te verwijzen. “Dat kan alleen maar leiden tot een nieuwe en onwenselijke tweedeling tussen 'sterke' en ‘zwakke’ scholen”, zegt Gennez. “En laat het net dat zijn wat de OESO ziet als een van de belangrijkste redenen voor ondermaatse schoolprestaties bij sommige jongeren. Het is immers zo dat sterke leerlingen een positieve invloed hebben op de schoolprestaties van hun klasgenoten zonder dat dit de resulatten van de sterkere leerlingen beïnvloedt."

Daarnaast vraagt de OESO voldoende te blijven investeren in alle scholen, en in het bijzonder de scholen met de meest kwetsbare leerlingen. Maar wat doet de Vlaamse regering? Ze bespaarde in 2015 maar liefst €137 per leerling in het secundair onderwijs. Bovendien heeft de minister aangekondigd dat de bijkomende financiering voor scholen met meer kansarme leerlingen wordt stopgezet. Hiermee gaat de regering radicaal in tegen het OESO-advies.

Het rapport wijst er ten slotte ook op dat ondermaats presteren nooit het resultaat is van één element. Zo zijn de lage studieresultaten van jongeren met een migrantenachtergrond niet zuiver terug te brengen tot enkel een taalachterstand: een gebrek aan verbondenheid met de school, een laag zelfbeeld, de lagere economische positie van ouders, de gebrekkige stimulans vanuit familie en omgeving… Allemaal zijn het elementen in de immense drempel waar deze groep jongeren vaak over moet. En wat doet deze Vlaamse regering? Alle middelen en aandacht gaan zuiver naar taalremediëring. Hoe belangrijk ook, wie denkt dat we er met taalbaden alleen gaan geraken, is al ziende blind, zo bevestigt dit rapport.

Wat moet er dan wel gebeuren? Voor de sp.a zijn de  OESO-aanbevelingen klaar en duidelijk:

  1. Stop de besparingen in het onderwijs. Geef alle scholen de middelen die ze nodig hebben en zorg dat scholen die meer noden hebben ook meer middelen krijgen. Maak deze middelen structureel en aangepast aan de noden van elke individuele school.
  2. Zorg dat de structuren geen bijkomende drempels creëren. De hervorming van het secundair onderwijs, met onder meer een latere studiekeuze, het bestrijden van zittenblijven en het tegengaan van het watervalsysteem worden expliciet onderschreven door de OESO. Deze hervorming moet dan ook onverwijld worden uitgevoerd.
  3. Geef scholen de instrumenten in handen om een daadkrachtig studiesuccesbeleid te kunnen voeren. Zo kan een kruispuntdatabank met alle indicatorgegevens (achtergrond leerling, aanwezigheden, schoolresultaten…) scholen helpen de meest kwetsbare leerlingen makkelijker te detecteren en tijdig in te grijpen.
  4. Leg niet alle last op de schouders van leerkrachten en directies. Ouders en omgeving spelen een minstens even grote rol in het bestrijden van ondermaats presteren op school. De brede school -waarbij leerkrachten, ouders en de lokale gemeenschap samenwerken- biedt het ideale model om hiervan werk te maken.

“Als deze regering het echt goed voor heeft met alle jongeren, neemt ze de OESO-adviezen ter harte en kijkt ze zelf best eens goed in de spiegel”, besluit Gennez.

 

Published with Prezly