Ook kinderen van gescheiden ouders hebben recht op volle ondersteuning

Dinsdag 11 oktober 2016 — Hoewel co-ouderschap al jarenlang de regel is in plaats van de uitzondering, blijven kinderen die in de praktijk op twee adressen wonen een blinde vlek in de wetgeving. ‘Ze kunnen maar bij één ouder gedomicilieerd zijn’, zegt Vlaams parlementslid Caroline Gennez. ‘Dat ligt emotioneel vaak moeilijk, maar bovendien loopt de ouder waar de kinderen niet gedomicilieerd zijn heel wat voordelen mis, zoals de schooltoelage of de korting op de waterfactuur. Anno 2016 wordt het tijd dat de overheid zich baseert op échte situaties van échte mensen.’ Sp.a vraagt de Vlaamse regering om de problemen waarmee ouders in co-ouderschap kampen volledig in kaart te brengen en een dubbele domicilie mogelijk te maken.

Het Vlaams parlement bespreekt vandaag een resolutie van Caroline Gennez en Michèle Hostekint, waarin ze aandacht vragen voor de situatie van ouders en kinderen in co-ouderschap. Vandaag is de overheid blind voor die omvangrijke groep.

Heel wat ouders kiezen na een scheiding voor een gedeeld verblijf voor de kinderen. Ook de wet geeft voorrang aan het co-ouderschap. Nochtans kan een dubbele domicilie nog steeds niet, waardoor kinderen maar bij één van de beide ouders kan ingeschreven worden. En dat zorgt, naast de psychologische en emotionele last, voor heel wat praktische gevolgen die ouders tijd en geld kosten.

Caroline Gennez: "Een dubbele domicilie kan ervoor zorgen dat heel wat co-ouders bevrijd worden van extra kosten en extra kopzorgen. Nu heeft slechts één ouder recht op allerlei tegemoetkomingen zoals de vermindering op de waterfactuur, de schooltoelage, de verlaagde onroerende voorheffing, … Die vallen allemaal weg bij de ouder waar een kind wel verblijft, maar niet gedomicilieerd is. Als een kind bij beide ouders verblijft, moeten ook beide ouders gelijke rechten en gelijke voordelen krijgen.”  

Sp.a pleit voor de mogelijkheid van de dubbele domicilie bij co-ouderschap en wil ook alle overheden, van lokaal tot regionaal en federaal, aanzetten om de impact van de regelgeving op co-ouderschap te onderzoeken. Zo kunnen alle ongelijkheden die kinderen en ouders ondervinden, in kaart worden gebracht en weggewerkt worden.

Vorig jaar waren er 11.758 scheidingen in Vlaanderen, zo blijkt uit de statistieken van de FOD Economie. Bij  9.209 scheidingen was het niet geweten of ook kinderen deel uitmaken van het gezin dat een scheiding doormaakt. Bij vier op de vijf echtscheidingen staat het aantal kinderen ten laste geregistreerd als ‘onbekend’. Ook kiezen steeds meer koppels kiezen ervoor om niet te trouwen, maar om wettelijk samen te wonen. Bij het beëindigen van wettelijke samenwoning is er nog minder zicht of de breuk ook invloed heeft op de verblijfssituatie van kinderen.

Op die manier is het volstrekt onduidelijk hoeveel kinderen er vandaag via co-ouderschap bij beide ouders verblijven. Sp.a pleit voor een register dat de werkelijke verblijfssituatie van kinderen na een scheiding van de ouders in kaart brengt. Een register dat vertrekt van de realiteit is alvast een vertrekbasis voor de overheid om ook administratieve, juridische en fiscale obstakels verder aan te pakken.

"Het is hoog tijd om de realiteit onder ogen te zien en de regelgeving aan te passen aan de maatschappelijke realiteit”, besluit Gennez.

De integrale tekst van de resolutie vindt u op onderstaande link:

https://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2014-2015/g306-1.pdf

 

Contacteer ons

Caroline Gennez

Published with Prezly