Optima: “Toezichthouder moet actievere rol opnemen”

Onderzoekscommissie Optima keurt rapport unaniem goed

Donderdag 22 juni 2017 —  

Een goed jaar geleden werd de Optima-bank failliet verklaard. Nadat onregelmatigheden werden vastgesteld door de Nationale Bank, verloor Optima haar banklicentie en ging het failliet. Een belangrijke opdracht van de onderzoekscommissie was de evaluatie van het toezicht op Optima.  Gisteren werd het rapport in de onderzoekscommissie unaniem goedgekeurd.  Kamerlid voor sp.a Peter Vanvelthoven is tevreden dat het rapport - als gevolg van enkele kritische vaststellingen met betrekking tot het bankentoezicht - ook tot concrete aanbevelingen komt om georganiseerde fraude bij banken sneller en beter te detecteren. “Die rol mag in de toekomst een pak actiever. Er is in 2013 onvoldoende gevolg gegeven aan de verschillende alarmbellen die zijn afgegaan.”

 

De zaak zelf rond de Optima bank en de heer Piqueur loopt via het gerechtelijk onderzoek. “Het is aan justitie om haar werk hier te doen en daarom moest de onderzoekscommissie uit het vaarwater van het gerechtelijk onderzoek blijven”, zegt Vanvelthoven. “Maar we hebben wel nog een aantal zaken vastgesteld die we zeker onderzocht willen zien door justitie. Dat gaat onder meer over de verantwoordelijkheid van de bestuurders van de Optima Groep met betrekking tot het wegsluizen van geld uit de bank.”

 

“We hebben met de onderzoekscommissie toch een aantal kritische opmerkingen gemaakt ten aanzien van de toezichthouders en daar ben ik best tevreden over.  Ondanks de verschillende alarmbellen in 2012 en 2013 hebben de toezichthouders geen onderzoek gedaan naar zogenaamde bijzondere fraudemechanismen. Het gaat dan over systemen die een bank opzet om haar klanten te helpen met fiscale fraude of het verbergen ervan.  Het rapport doet daarom een aantal  concrete aanbevelingen om de rol van de toezichthouders met betrekking tot het opsporen van dergelijke fraudemechanismen te verbeteren. De schotten tussen toezichthouder en bbi moeten weg zodat ze in de toekomst veel beter informatie delen, en de toezichthouder moet een veel actievere rol spelen in het opsporen van fraudemechanismen.”

 

De Nationale Bank had haar versie van de feiten al uitgebreid uit de doeken gedaan nog voor de start van de onderzoekscommissie waarbij ze alle pijlen richtte op de bank en het management. “De verantwoordelijkheid van de aandeelhouders en het management van Optima voor het debacle staat buiten kijf, maar de onderzoekscommissie komt tot de vaststelling dat er toch ook vragen gesteld kunnen worden bij het optreden (of het ontbreken daarvan) van de Nationale Bank.  “Het rapport stelt een aantal vragen bij het optreden van de Nationale Bank, bijvoorbeeld over het toekennen van de licentie aan de Optima Bank. Daar hadden best wat meer harde voorwaarden tegenover mogen staan”, zegt Vanvelthoven.

 

Tenslotte merkt Peter Vanvelthoven op dat het niet altijd comfortabel werken was. De Nationale Bank gaf wel inzage in haar documentatie, maar alleen in een speciale dataroom bij de Nationale Bank en onder het “eyes only” principe. Het is onmogelijk om duizenden pagina’s aan informatie grondig te verwerken op die manier. In de hoorzittingen kom je dan tegenover mensen te staan die hun dossier van naaldje tot draadje kennen. De beperkte toegang tot de informatie langs de kant van de parlementsleden geeft in dat geval aanleiding tot een te grote informatieasymmetrie. Dat is toch een aandachtspunt voor volgende onderzoekscommissies.