"Re-integratie langdurig zieken wordt ontslagmachine"

Maandag 18 december 2017 — Het ACV vreest voor een golf van ontslagen naar aanleiding van de invoering van de re-integratietrajecten. “Die vrees is niet onterecht”, vinden ook Meryame Kitir en Monica De Coninck, respectievelijk fractieleider en Kamerlid voor sp.a.  “Het re-integratieplan dat vanaf januari ingaat en moest leiden tot meer tewerkstelling zal vooral leiden tot extra ontslagen zonder vergoeding.  Onwaarschijnlijk dat de bevoegde ministers van Volksgezondheid en Werk denken op die manier het probleem van langdurig zieken op te lossen. Hier wordt niemand  beter van.”  

 

Vanaf 1 januari kunnen werknemers hun werkgevers die langer dan twee jaar ziek zijn, oproepen tot een re-integratietraject. De werkgever bekijkt of de werknemer het werk kan hervatten of aangepast werk kan uitvoeren. Als geen van beide kan, mag de werkgever de werknemer zonder opzegvergoeding ontslaan. Uit cijfers blijkt dat 71 procent van de langdurig zieken die in een re-integratietraject wil stappen, een negatief advies krijgt van de arbeidsgeneesheer om het werk weer op te nemen. “Het probleem ligt dus niet bij de werknemer die vaak gemotiveerd is om het werk te hervatten of aangepast werkt te doen, maar hij wordt wel het slachtoffer van deze regeling. Want vindt de werkgever geen aangepast werk, dan mag de werknemer een C4 verwachten, zonder vergoeding. Op die manier creëert de regering een ontslag-machine. In plaats van mensen te motiveren en te begeleiden om terug aan de slag te gaan.”

 

“Het is duidelijk dat de re-integratietrajecten van de regering niet werken en hun doel compleet voorbij schieten” zeggen Kitir en De Coninck. Ze roepen de ministers De Block en Peeters op om de voorziene uitbreiding vanaf 1 januari 2018 uit te stellen en de procedure bij te stellen. “We geloven ook in de re-integratie van langdurig zieken, maar niet op deze manier.”


Kitir en De Coninck pleiten voor een re-integratieplan op basis van een positief personeelsbeleid. “De arbeidsgeneesheer krijgt vandaag een verantwoordelijkheid die eigenlijk bij de werkgever hoort te liggen. Het is de arbeidsgeneesheer die oordeelt of de betrokkene in de onderneming nog aangepast werk kan doen of niet.  De geneesheer kan dat vaak niet inschatten omdat hij de werkvloer onvoldoende kent.  Daarom stellen we voor dat de arbeidsgeneesheer nog aangeeft wat  de resterende competenties van de werknemer zijn. Voor alle langdurig zieken die nog onder contract zitten, moet de eindverantwoordelijkheid voortaan bij de werkgever liggen”, besluiten Kitir en De Coninck.