‘Rijke afvalzak mag niet meer wegen dan een andere’

sp.a vraagt minister Schauvliege absurd afvalplan te herzien

Woensdag 24 februari 2016 — sp.a vindt het onbegrijpelijk dat minister Joke Schauvliege de vaststelling dat rijke gemeenten meer afval produceren dan arme niet als een probleem beschouwt dat moet aangepakt worden. Integendeel, de minister wil die situatie zelfs voor jaren verankeren in het Vlaamse beleid. ‘Van de minister mag rijk afval blijkbaar meer wegen’, zegt Bruno Tobback. ‘Ik vraag de minister met aandrang om dat compleet onredelijke standpunt te verlaten en van iederéén faire inspanningen te vragen om de Vlaamse afvalberg te verminderen.’

Het nieuwe Vlaamse uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen legt niet langer een globale Vlaamse doelstelling vast voor de hoeveelheid restafval die we per inwoner mogen produceren.  In de plaats is gekozen voor aparte doelstellingen per gemeente, met de ambitie om maatwerk mogelijk te maken. 

Op zich valt daar iets voor te zeggen.  Kustgemeenten bijvoorbeeld kampen, net als andere gemeenten met veel toerisme en/of tweede verblijven, met een groter volume aan afval dat niet door de eigen bewoners geproduceerd wordt maar dat wel in de gemeente achterblijft. Het is goed dat de minister daar rekening wil mee houden.  

De methode die gekozen werd om de doelstellingen per gemeente te bepalen leidt echter ook tot volkomen aberrante resultaten en onrechtvaardig verdeelde inspanningen.  De minister en OVAM kozen voor een systeem dat de gemeenten groepeert in 11 verschillende ‘clusters’. Daarop worden dan 150(!) verschillende parameters –waaronder ook het inkomen van de inwoners - toegepast om tot de afvaldoelstelling van die gemeente te komen.

Het systeem is daardoor verworden tot een hopeloos complexe black-box waar onverdedigbare resultaten uit komen.  Zo leidt dit systeem bijvoorbeeld voor heel wat gemeenten tot een ambitieniveau voor 2022 dat láger dan de resultaten die zij nu reeds boeken.  De hoeveelheid afval per inwoner zou volgens het nieuwe systeem dus mogen stijgen de komende jaren. Gelukkig past OVAM hier het principe toe dat geen enkele gemeente meer afval mag produceren dan vandaag, maar de absurde resultaten bewijzen wel dat de nieuwe berekeningswijze totaal geen steek houdt.

Bovendien zijn sommige verschillen volkomen onverklaarbaar.  Zo heeft de gemeente Overijse, op 23 km van Brussel, een doelstelling van 158kg/inw, terwijl de gemeente Herent, ook op een goeie 20 km van Brussel (27 om precies te zijn), een doelstelling krijgt van 116 kg/inw. Een inspanning die 30% hoger ligt dan Overijse, omdat Overijse valt in de categorie van ‘residentiële gemeenten met hoge inkomens’ en Herent in de meer bescheiden groep ‘stadsrand’. 

Afval van hoge inkomens blijkt dus zwaarder te wegen dan dat van modale gezinnen en het afvalstoffenplan bevestigt dat als een onveranderlijk feit.  Uit het antwoord dat minister Schauvliege vandaag gaf in het Vlaams Parlement blijkt dat zij die situatie niet als een probleem beschouwt maar als een gegeven dat door het beleid geaccepteerd moet worden: een ‘rijke’ afvalzak mag meer wegen dan modaal huisvuil.

Sp.a roept de minister op om dit manifest onredelijke standpunt te verlaten en te gaan voor een plan met een sterk vereenvoudigde en transparante  lijst van indicatoren. Wat we nodig hebben is een beleid dat gedifferentieerd maatwerk mogelijk maakt, maar dat tegelijk ook de lat voor iederéén hoger legt.  Met de huidige voorstellen zijn die voorwaarden manifest niet vervuld en dat kan het draagvlak bij de burgers die inspanningen moeten leveren alleen maar ondergraven.

Published with Prezly