‘Sloop de muren tussen crèche, klas en sportclub’

sp.a tekent fundamenteel nieuw model uit voor de organisatie van opvang, onderwijs en vrije tijd van jonge kinderen

Donderdag 7 januari 2016 — sp.a wil een einde maken aan de kunstmatige opdeling tussen kinderopvang en kleuterschool en tegelijk brede buurtscholen uitbouwen die de spil worden van onderwijs, hobby’s en vrije tijd. Zo krijgen jonge kinderen alle kansen en kunnen ouders hun job, werk en vrije tijd makkelijker combineren.

Caroline Gennez en Joris Vandenbroucke: “Te veel kinderen lopen achterstand op omdat ze niet naar de crèche gaan. Voor het ene kind komt de overgang van crèche naar kleuterklas dan weer te vroeg, terwijl een ander kind net te weinig prikkels krijgt. Ouders hollen van hot naar her,  van werk naar crèche naar school.  Alleen als we kleuterschool, kinderopvang en verenigingen en clubs naar elkaar laten toegroeien, blijft geen enkel kind achter en geven we een boost aan de levenskwaliteit van kinderen én ouders.”

Vlaanderen telt steeds meer kinderen, en tegelijk hebben veel meer mama’s en oma’s een deeltijdse of een voltijdse job. Het aantal eenoudergezinnen groeit. De kinderarmoede stijgt. “Die maatschappelijke evoluties dwingen ons om na te denken over hoe we de opvang, het onderwijs en de vrije tijd van onze kinderen in de toekomst organiseren”, zeggen Caroline Gennez en Joris Vandenbroucke, respectievelijk onderwijsspecialist en fractieleider in het Vlaams Parlement.

De sp.a-fractie in het Vlaams parlement dient daarom een conceptnota in waarin ze pleit voor een fundamentele hervorming. Kinderopvang en kleuterschool komen veel dichter bij elkaar te staan, terwijl de zogenaamde brede school de uitvalsbasis wordt waar kinderen niet alleen onderwijs krijgen, maar vanwaar ze ook worden toegeleid naar vrijetijdsactiviteiten, van muziek- en tekenacademie over jeugdbeweging tot sportclub. Sluitstuk is dat elk kind de garantie moet krijgen op een betaalbare plaats in de kinderopvang en dat elke school de spil is van een reeks organisaties en verenigingen in de buurt.  Zo krijgen alle kinderen dezelfde kansen én wordt het leven voor werkende ouders een stuk minder hectisch.

 Het nieuwe model is gebaseerd op 3 pijlers:

  1. Een zachtere overgang tussen kinderopvang en kleuterschool
  2. De brede school als basis en spil van het netwerk voor onderwijs, opvang en vrije tijd
  3. Voldoende, kwaliteitsvolle en betaalbare opvang voor elk kind

1. Een zachtere overgang tussen opvang en kleuterschool

Elk kind is verschillend. Het éne kind verveelt zich op 2,5 jaar misschien al in de crèche, terwijl het andere op 3 jaar nog niet rijp is voor de kleuterschool. Maar vandaag wordt daar te weinig rekening mee gehouden. Meer dan 90% van de kinderen gaan op 2,5 jaar naar school omdat er net op dat moment een plek is in de geprefereerde school, omdat er plaats moet gemaakt worden in de crèche of omdat de school veel goedkoper is. Door de opvang en de kleuterschool dichter bij elkaar te brengen, kan je veel beter rekening houden met de noden en de ontwikkelingsfase van elk kind. Op die manier vermijd je dat kinderen onvoldoende geprikkeld worden omdat ze te lang op de crèche moeten blijven, maar evengoed dat kleuterjuffen de handen vol hebben met loutere zorgtaken omdat ze instaan voor de opvang van kinderen die de stap naar de kleuterschool te snel hebben moeten zetten.

Vanzelfsprekend kunnen de schotten tussen kinderopvang en kleuteronderwijs maar verdwijnen als de kwaliteit van beide gewaarborgd is. Uit onderzoek blijkt dat onze kinderopvang goed is in zorgtaken en onze kleuterscholen uitstekend werk leveren inzake kennisverwerving. Maar het pedagogische aspect in de kinderopvang is nog te vaak afwezig en in de meeste kleuterscholen is de omkadering en de expertise voor zorgtaken eerder beperkt. De VN-organisatie Unesco pleit er onder de noemer ‘Early Childhood Education and Care’ al langer voor om voor een betere afstemming te zorgen tussen kinderopvang (‘Care’) en kleuteronderwijs (‘Education’). Ook in Vlaanderen moeten we dus streven naar meer pedagogische prikkels in de crèche en meer zorg in de kleuterschool.

Het regelgevend kader en de bevoegdheden, die nu gespreid zijn over onderwijs en welzijn, moeten op elkaar afgestemd worden. Daarvoor is het nodig dat kinderopvang en onderwijs geïntegreerd worden aangestuurd, zowel op lokaal als op Vlaams niveau.

 

Concreet voorstel sp.a: organiseer een lokaal overleg om ervoor te zorgen dat de overgang tussen crèche meer op maat van het kind verloopt. Op termijn moeten nieuwe kleuterscholen ruimte voorzien voor kinderopvang zodat crèche en school ook fysiek op dezelfde plaats worden georganiseerd.

 

2. De brede school als basis van onderwijs, opvang en vrije tijd

Om een afdoend antwoord te kunnen bieden op de uitdagingen, pleit sp.a ervoor om crèches, buitenschoolse opvang en het vrijetijdsaanbod voor kinderen in te bedden in het principe van de brede school. In de brede school krijgen kinderen niet alleen onderwijs, maar worden de ‘verloren’ uren benut om kinderen een breed scala van vrijetijdsactiviteiten aan te bieden.  Scholen werken dan samen met crèches, sportclubs, kunstonderwijsinstellingen, talencentra... en stellen hun infrastructuur ter beschikking van verschillende organisaties. Vanuit het netwerk van de brede school kunnen kinderen die het nodig hebben bijvoorbeeld ook beroep doen op huiswerkbegeleiding of logopedie. Het aanbod is georganiseerd op wijkniveau en afgestemd op de werkuren van ouders en de huidige sociaaleconomische realiteit. Verder moet het aanbod aansluiten op de vraag in de buurt, ook naar leeftijd en behoefte.

 

Concreet voorstel sp.a: In elke nieuwe school moet er ruimte zijn voor kinderopvang en voor naschoolse opvang. Buitenschoolse opvang wordt geënt op het netwerk van een brede school.

 

3.Betaalbare opvang voor elk kind

Vandaag gaat amper de helft van de kinderen tussen nul en drie jaar minstens twee dagen per week naar een crèche. Nochtans blijkt uit alle onderzoek dat het net op deze leeftijd is dat deze kinderen een achterstand oplopen die ze vaak voor de rest van hun leven niet meer goedmaken. Een kind dat naar de crèche gaat kent op zijn eerste schooldag gemiddeld 1.100 woorden, onafhankelijk van de thuissituatie. Een kind uit een kansarm gezin dat niet naar de crèche is gegaan, kent op zijn eerste schooldag gemiddeld 400 woorden.

Tegelijk stellen we vast dat  op de leeftijd van 2,5 jaar 90% van de kinderen zijn ingeschreven op school en op 5 jaar gaan bijna alle kinderen naar de kleuterschool, ook al is dat niet verplicht. De verklaring laat zich raden: terwijl opvang tot 500 euro per maand en per kind kost, is de school dankzij de maximumfactuur zo goed als kosteloos voor de ouders.

Omdat de achterstand die kinderen tijdens die eerste levensjaren oplopen kan vermeden worden met goede opvang, moet de kloof in participatiegraad tussen crèche en kleuterschool worden overbrugd. Als 99 procent van de vijfjarigen naar de kleuterschool gaat en 90 procent van de driejarigen, dan kan het niet langer dat slechts 50 procent van de 2,5-jarigen naar de opvang gaat. Daarom vindt de sp.a dat de Vlaamse overheid het decretaal recht van elk kind op opvang moet waarmaken door betaalbare opvang te garanderen voor iedereen. 

Als we het aantal opvangplaatsen per gemeente afzetten tegen de verwachte bevolkingsaangroei, dan moeten er tegen 2030 meer dan 109.000 plaatsen bijkomen in de kinderopvang. Het is hoog tijd om even veel te investeren in de allerkleinsten, op de leeftijd dat het grootste verschil kan gemaakt worden, als in kleuters en kinderen.

 

Concreet voorstel sp.a: teken een groeipad uit voor betaalbare plaatsen in de kinderopvang, zodat iedere ouder die dat wil zijn kind naar een crèche kan brengen. Concreet betekent dat dat er tegen 2030 109.000 plaatsen bij moeten komen in Vlaanderen.