Tine Soens: 'Wachtlijst van acht maanden in jeugdhulp is onaanvaardbaar'

Woensdag 21 juni 2017 — Vlaams parlementslid Tine Soens is tevreden dat minister Vandeurzen eindelijk inziet dat er extra geld nodig is om elke jongere in nood de hulp te geven die hij of zij nodig heeft, maar vreest dat de beloofde budgetten niet alle problemen zullen oplossen. “Een jongere die hulp nodig heeft moet daar in Vlaanderen gemiddeld 8 maanden op wachten, zo blijkt uit de cijfers die Jeugdhulp Vlaanderen vandaag presenteerde”, stelt Soens vast. “Acht maanden, terwijl snelle hulp vaak cruciaal is om erger te voorkomen. Dat is onaanvaardbaar. Elk kind in nood heeft recht op hulp. Niet straks, maar hier en nu.”

Minister Vandeurzen stelde vandaag het Jaarverslag Jeugdhulp 2016 voor en kondigde aan dat hij vanaf 2019 25 miljoen euro extra investeert om de ergste noden te lenigen. “Dat is een mooie belofte”, zegt Tine Soens. “Maar 2019, dat is pas over twee jaar. Het zal dus aan de volgende regering zijn om de beloftes van minister Vandeurzen uit te voeren. Ondertussen wachten jongeren acht maanden op hulp. Gemiddeld, wat betekent dat ze in heel veel gevallen nog veel langer moeten wachten.”

Ondertussen slaagt deze regering er drie jaar na haar aantreden nog altijd niet in om kwetsbare kinderen en jongeren de hulp te geven die ze nodig hebben. Sterker nog: ze heeft niet eens een precies beeld van die noden. Minister Vandeurzen geeft in zijn persbericht zelf toe dat de registratie van de wachttijden nog verder uitgewerkt moet worden om een juister beeld te krijgen. Kennis van de noden van jongeren en hun context in de jeugdhulp is een belangrijk element voor het toewijzen van middelen. Alleen door elke zorgvraag effectief te registreren kan Vlaanderen weten welke hulp waar nodig is, en zijn beleid hierop afstemmen. Op dit moment is er een gebrekkig zicht op de wachtlijsten, wat het onmogelijk maakt te weten wat de werkelijke noden zijn en waar hoeveel geïnvesteerd moet worden.

“Het Vlaamse beleid vaart blind”, besluit Tine Soens. “De wachttijden, zowel bij de laagdrempelige als gespecialiseerde hulp, blijven stijgen.  Dat kan niet. Elk kind en elke jongere moet de hulp krijgen die hij of zij nodig heeft. En niet over acht maanden, maar hier en nu.”